Heiligegeest

Eert uw Ouders

,,Als ik groot ben, lieve Moeder,
Zal ik werken alleen voor jou.
Geen gebrek hoef jij te lijden,
Omdat ik zoveel van jou hou.
Hoe zal ik 't jou ooit belonen,
Wat jij altijd voor mij bent.
Ik blijf altijd bij u wonen,
U bent de beste die ik ken".
Sprak het ventje van tien jaren,
Zittend aan zijn Moeders schoot,
Op een mooie zomeravond,
Van de schemering genoot,
Zij was maar een arme weduwe.
Hard moest zij voort, tot 't late uur.
De school en lessen van haar zoontje,
Waren goed, dus nog al duur.

Toen hij twintig was geworden.
Zei hij: ,,Moeder, 'k ben nu groot.
Met het meisje van hierover,
Was ik gaarne mee verloofd.
,,Beste jongen," sprak zijn Moeder.
,Jouw geluk is ook de mijn.
Met het meisje van hierover
Zal jij heel gelukkig zijn."

Een paar jaren zijn vervlogen;
Heel gelukkig en tevree
Leeft het jong, gelukkig paartje
Op de grote levenszee.
Moedertje was aan het sukkelen.
Haar gang en ogen werden slecht,
Het werken moest zij staken,
Zoals de dokter had gezegd.
Nu kwam hij haar zoon dat vragen,
Wat hij haar eens had toegedacht,
Maar zoonlief vond het toch maar beter,
Dat zij naar 't armenhuis werd gebracht.
Zonder morren, zonder klagen,
Ging zij door de poort, heel hoog,
Van 't tehuis voor ouden van dagen;
Tranen stonden in haar oog.
Donderdags was het bezoekdag,
Dan kwam haar zoon, met vrouw en kind,
Donderdags noemde z'ook ,,haar dag",
Ze was zo blij, 't is toch haar kind?
Het scheiden was voor haar geen pretje,
Onoverkomelijk, zo 't haar leek,
Met zachte stem, het huilen nader:
,,Dag beste jongen, tot de volgende week!"

Op een mooie zomermorgen,
't Was om even half zes,
Werd hij in 't armenhuis geroepen,
Daar werd tegen hem gezegd:
,,Uwe Moeder is gestorven,
Zachtjes is zij heengegaan,
Zie, een glimlach op haar wangen,
Is zij hemelwaarts gegaan."
Voor het doodsbed viel hij neder,
Ten prooi aan wroeging en verdriet:
,,Moest jij in de vreemde sterven,
Lieve Moeder, zo bedoelde ik 't niet.
Hoeveel zou ik willen geven,
Hoeveel was het mij thans waard.
U een plaats te mogen geven
In mijn huis en aan de haard."

Meisjes, jongens, 't is historisch,
't Is een waar gebeurd verhaal.
Laat het u een lesje wezen:
Eert je Ouders, kolossaal!
Of je tien bent, twintig, veertig,
Denkt eens allen, die dit leest,
Wat uw moeder van uw jeugd af
Altijd voor u is geweest!

Gij zult uw ouders need'rig eren,
Opdat uw God, Die eeuwig leeft,
Uw dagen gunstig moog'vermeêren,
In 't land, dat Zijne hand u geeft.

Naar index