Lordhand

13
Bartholomeüs de Apostel, in Albanie in Armenië gekruisigd en de huid afgestroopt.

   Bartholomeüs, een zoon van Tholomeüs, gelijk zijn naam aanduidt, was een Galileër, evenals de andere Apostelen, en ook een visscher, volgens de meening van Theodoretus. In de Heilige Schrift lezen wij niet veel omtrent hem, dan alleen dat hij tot Apostel geroepen is, om met de anderen het Evangelie te verkondigen in Judea en Galilea, aan de verloren schapen van het huis Israëls. Na Christus, opstanding werd hij in zijn Apostel-ambt bevestigd, en heeft met de elven den Heiligen Geest ontvangen, zooals Christus beloofd had.
   Nadat de Apostelen uit elkander gegaan waren, heeft hij zijn Apostel-ambt het eerst bediend in Lycaonië, daarna ook in syrië en in de bovenste deelen van Azië, vervolgens ook in Indië, waar Pantenus, leeraar te Alexandrië, die daar bijna honderd jaren later kwam, het Evangelie van Mattheüs (dat Bartholomeüs daar gebracht en waaruit hij de Indianen in hunne moedertaal onderwezen had) gevonden en dat medegenomen heeft. Eindelijk heeft hij het Evangelie ook in Groot-Armenië verbreid, en aldaar te Albana, de hoofdstad en koninklijke zetel van dat koningkrijk, Polemus of Palemonius, den broeder van den koning Astyages, met zijne vrouw, twee zonen en eene dochter, tot het geloof gebracht en twaalf steden uit de stikdonkere duisternis der onwetendheid, waar in zij den duivel door den afgod Astharoth dienden, verlost, en verlicht met de kennis van Jezus Christus, den Heere. Dit verdroot den afgodischen duivelpriesters zeer, en zij klaagden daarover aan den koning Astyages, die den Apostel Bartholomeüs liet gevangen nemen, en voor hem brengen. Toen Bartholomeüs voor den koning stond, verweet deze hem, dat zij zijn broeder verleid en den godsdienst in zijn land aan het wankelen had gebracht, en bedreigde hem, indien hij niet ophield Christus te prediken, en langer weigerde zijnen goden te offeren, dat zij hem zou laten dooden. Op deze beschuldiging antwoordde Bartholomeüs, dat hij zijn broeder niet verleid, maar ten goede bekeerd, en in zijn land den waren godsdienst gepredikt had, en beeid was daarvoor liever zijne getuigenis met zijn bloed te bezegelen, dan in het minst schipbreuk in zijn geloof en geweten te lijden. Om deze vrijmoedige belijdenis werd hij door den koning veroordeeld, om eerst op de gruwelijkste wijze gepijnigd, met stokken geslagen, daarna met het hoofd naar beneden aan een kruis gehangen, levend het vel afgestroopt en daarenboven het hoofd met een bijl afgehouwen te worden. En alzoo is hij met Christus, zijn Heere vereenigd.

Volgende verhaal

Terug index verhalen