Lordhand

15
Mattheüs, de Apostel en Evangelist.

   Mattheüs, anders gezegd Levi, de zoon van Alpheüs, was een tollenaar te Kapernaüm, eene betrekking, die bij de Joden veracht was, daar zij zich aan vreemde vorsten geen tol of schatting schuldig kenden. En, ofschoon het niet ongeoorloofd was tol of schatting te nemen, wanneer men maar niet te veel nam, zoo gingen toch de tollenaars zich hierin dikwijls te buiten en werden daarom van de vromen vermeden, waarom ook de afgesnedenen van de gemeente bij dezulken worden vergeleken.
   Tijdens hij in deze oneerlijke betrekking werkzaam was, heeft Christus Zich in genade over hem ontfermd, en hem bevolen als Zijn discipel te volgen. Door de kracht des Heiligen Geestes gaf hij hieraan gehoor, verliet zijn tolhuis, bereidde een grooten maaltijd, en noodigde zijne mede-tollenaars daaraan, om alzoo naar behooren afscheid van hen te nemen, en hun gelegenheid te geven om Christus ook aan te nemen, gelijk hij gedaan had. Hierna verliet Mattheüs terstond alles, en volgde Christus met grooten ijver na, en na Christus' onderwijs ontvangen te hebben, werd hij onder de Apostelen opgenomen, welk Apostel-ambt hij Christus' dood onder de Joden bediend heeft.
   Bij zijne uitzending om te prediken onder de heidenen werd hem Ethiopië of Moorenland aangewezen. Eer hij echter het Joodsche land verliet schreef hij, onder voorlichting des Heiligen Geestes, zijn Evangelie in de Hebreeuwsche taal en heeft hun dit medegedeeld.
   Door zijne prediking en het doen van wonderen is hij in Ethiopië met vrucht werkzaam geweest, waar hij ook na zijn dood zijn Evangelie voor de nakomelingschap in geschrifte heeft nagelaten, waaruit klaar te zien is, welk geloof hij voorstond, namelijk van Jezus Christus, waarachtig God en mensch, Die voor ons gekruisigd is.
   De geschiedenissen getuigen, dat deze Apostel terstond, nadat de geloovige koning Aeglippus gestorven was, door zijn opvolger Hytacus, een ongeloovig heiden, vervolgd werd, en dat hij hem op zekeren tijd, toen hij in den tempel aan de gemeente het Evangelie verkondigde, heeft laten gijpen en in de hoofdstad van Ethiopië, Naddaver, heeft laten onthoofden. Daar werd hij ook begraven, zooals Venantius Forturatus getuigt, die voor duizend jaren leefde, als hij zegt: ,,De verheven stad Naddaver zal ons, te weten, op den jongsten dag, dien voortreffelijken Apostel Mattheüs wedergeven.


Volgende verhaal

Terug index verhalen