Lordhand

16
De Apostelen Simon Zelotes en Judas Alpheüs.

   Simon de Kananieter of Zelotes, dat is, ijveraar bijgenaamd, de zoon van Alfeüs en de broeder van Jacobus, Joses en Judas, een neef van Christus, een van de twaalven en tegelijk met de anderen tot Apostel aangesteld, eerst der Joden en daarna der heidenen, heeft ook gelijk de anderen op den Pinksterdag den Heiligen Geest ontvangen, waardoor hij ook bekwaam werd gemaakt om een Apostel van Christus, zelfs onder de heidenen te zijn.
   Toen de Apostelen uit elkander gingen, kwam hij in Egypte, en heeft aldaar geruimen tijd het Evangelie gepredikt, totdat hij naar Perzië ging, waar hij zijn broeder Judas vond. Zij bleven daar in de bediening van het Apostelambt volstandig bij elkander, totdat zij de goddelijke waarheid met hun bloed hebben bezegeld. Nicephorus schrijft, dat Simon niet alleen in Egypte, maar ook in Afrika, Cyrene, Lybië en op de eilanden van Groot-Brittanië het Evangelie des Koninkrijks gepredikt heeft.
   Judas Alfeüs, niet die bijgenaamd wordt Iscarioth, maar die getrouwe Apostel, bijgenaamd Thaddeüs, dat is belijder, en broeder van Lebbeüs, Jacobus den kleine en Simon, was ook tot een dienstknecht en Apostel geroepen van Jezus Christus, Wiens neef hij ook was, evenals Jacobus en Simon. In het Evangelie wordt van hem niet gesproken, maar alleen gewag gemaakt van eene vraag, die hij den Heere Christus deed, zeggende: "Heere, wat is het, dat Gij U aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?" Deze heeft ook een korten en troostrijken brief aan de geloovigen geschreven en nagelaten, die echter gestreng is voor de ongeloovigen. Of deze Judas die Thaddeüs is, die door Thomas naar Abgarus te Edassa, gelijk men meent, is gezonden om den koning van zijne kwaal te genezen, en tot Christus te bekeeren, dan of hij een ander van de zeventig discipelen is geweest, daarover kan men Eusebius en andere schrijvers raadplegen. Deze Judas heeft, toen de Apostelen de wereld met de prediking des Evangelies hebben bedeeld, Mesopotamië en Pontus bezocht, waar hij geruimentijd alleen het Evangelie heeft verkondigd; daarna vertoefde hij met zijn broeder simon in Perzië, en heeft daar de wijzen bekeerd, de onwetenden onderwezen, en door de kracht des Heilige Geestes de duivelsche kunsten te niet gedaan, en de dusgenaamde godspraken en wonderen van hunne afgoden als leugens ten toon gesteld en doen ophouden, en alzoo door den godsdienst van Christus den valschen afgodendienst der heidenen te schande gemaakt en vernietigd. Toen de heidensche duivelspriesters zagen, dat daardoor hun gewin schade leed, hebben zij tegen deze getrouwe dienaars van Christus een groot oproer verwekt, hen daarin overvallen en omgebracht. Welken marteldood zij echter ondergaan hebben, kan, bij gebrek aan berichten, niet gemeld worden.


Volgende verhaal

Terug index verhalen