Lordhand

18
Lukas, de Evangelist.

   Lukas was een Syriër van Antiochië, een geleerd medicijnmeester en daarom ook zeer ervaren in de heidensche wijsbegeerte. De Heere heeft hem echter willen gebruiken tot een medicijnmeester der zielen, tot welk einde hij ons twee heerlijke boeken als geestelijke artsenijboeken heeft nagelaten, en wel vooreerst zijn Evangelie, dat hij beschreven heeft uit den mond van hen, die het van den Heere Jezus Christus zelven hebben gehoord. Daarom kan hij niet een der zeventig discipelen zijn geweest, noch een van hen, die met Kleopas op den weg was naar Emmaüs. Hij was alleen een leerling van Apostelen en in het bijzonder van Paulus, tot in het vierde jaar der regeering van keizer Ner. Paulus schijnt hem bekeerd te hebben te Antiochië, in het jaar 38 na Christus, toen hij van Thebe daar gekomen was. Omtrent zijne ouders wordt nergens iets vermeld, en het schijnt, dat hij geene vrouw gehad heeft. Hiëronymus meent, dat hij vroeger een proseliet was, die voor het aannemen der christeliojke leer den joodschen godsdienst beleed, en alzoo een nakomeling van de Joden, wat niet onwaarschijnlijk is. Hij was zeer ervaren in de Grieksche taal, wat genoegzaam blijkt uit den buitengewoon goeden stijl en de spreekwijzen, die in zijne geschriften kunnen opgemerkt worden. Hij was geen Apostel, maar een metgezel der Apostelen, die enzelfden dienst met hen te vervullen had, en verscheidene landen en steden heeft doorreisd. Op bijna al de reizen van Paulus was hij diens medehelper, waarom hij ook die reizen in goede orde en met groote naarstigheid heeft beschreven. Toen Paulus bijna van alles was verlaten, heeft Lukas hem bijgestaan in zijne gevangenschap te Rome. Nadat hij zijnen dienst getrouw heeft vervuld, is hij te Bithynië gestorven in het 84ste jaar zijns ouderdoms. Anderen zeggen, dat hij in Griekenland predikende, aan een olijfboom is opgehangen en alzoo in den Heere is ontslapen.


Volgende verhaal

Terug index verhalen