Lordhand

6
Barnabas te Salamis verbrand
[Jaar 63 of 64 .]

   Barnabas of Barsabas, een man vol des Heiligen Geestes, die genaamd was Jozef of Joses, met den bijnaam Justus was een Leviet van Cyprus, dien de Apostelen genoemd hebben Barnabas, dat is een zoon der vertroosting, zooals hij dat in zijn leven aan de armen heeft bewezen. Hij wordt ook gehouden voor een van de zeventig discipelen van Christus. Wegens de vele namen, die hij draagt, kennen wij zijne vermaardheid en aanzien, die hij ook in alles heeft betoond, want hij heeft Paulus na zijne bekeering bij de Apostelen ingeleid. En, als het woord Gods te Antiochië door eenige Cyprische en Cyrenische mannen aan de Grieken werd gepredikt, is hij door de Apostelen daarheen gezonden, om deze zaak te onderzoeken; en, toen hij alles naar waarheid bevond, heeft hij hen, als een Apostel, in de christelijke waarheid bevestigd en versterkt.
   Daarna ging hij naar Tarsen, om Paulus te zoeken, en bracht hem te Antiochië, waar zij een geheel jaar bleven en het volk leerden. Toen de hongersnood uitbrak ten tijde van keizer Claudius, heeft hij en Paulus een goede handreiking overgebracht aan de broeders, die in Judea woonden. Vandaar keerde hij weder naar Antiochië, waar hij door het bevel van den Heiligen Geest werd uitgezonden, om in vele landen het Evangelie te prediken, waar hij, om zijne welsprekendheid, dikwijls het woord heeft gevoerd. Te Antiochië was een groote twist ontstaan over de nodezakelijkheid van de besnijdenis, en nu reisde hij met Paulus naar Jeruzalem naar de Apostelen en Ouderlingen, die daar over deze zaak elkander geraadpleegd, en te zamen een besluit genomen hebben. Vervolgens hebben zij dit besluit, in gezelschap van Judas en Silas, overgebracht naar Antiochië, waardoor er een einde aan dezen twist kwam. Daarna hielden zij zich eenigen tijd te Antiochië op, en, toen zij weder op reis zouden gaan, om de gemeenten onder de heidenen nog eens te bezoeken en in het geloof te versterken, ontstond er twist onder hen beiden, en wel om Johannes Marcus, die hen vroeger op reis naar de heidenen had vergezeld, maar te Pamphylië was teruggekeerd, en zich aan het werk onder de heidenen had onttrokken, waarom Paulus het niet goed achtte Johannes Marcus weder mede te nemen. Hierdoor ontstond er eene verbittering tusschen de twee getrouwe dienaren van Christus, zoodat zij van elkander scheidden. Paulus nam Silas met zich en doorreisde met hem Syrië en Cilicië de gemeenten versterkende. Nu nam Barnabas Johannes Marcus mede, voer met hem naar Cyprus, en volbracht het werk, dat hem was opgelegd, gelijk Hiëronymus met lof van hem heeft getuigd.
   Toen hij later op het eiland Cyprus terugkwam, moest hij aldaar de martelaarskroon dragen, want te Salamis, eene groote stad op Cyprus, die thans Famagusta heet, gekomen zijnde, om de gemeente aldaar in het geloof te versterken, werd hij door een Joodschen toovenaar zeer kwalijk bejegend. Deze ruide de Joden en het geheele volk tegen hem op, zoodat zij hem in een oproer gevangen namen, en tot den rechter wilden brengen; maar, uit vrees, dat de rechter zijne onschuld zou bemerken, en hem loslaten, hebben zij hem (na heem eerst schandelijk mishandeld te hebben) een touw om den hals gedaan, buiten de stad gesleept en aldaar verbrand. Alzoo is deze trouwe dienaar van Christus in zijn vaderland met de martelaarskroon vereerd en zalig in den Heere ontslapen, en wel korten tijd nadat Jacobus de Rechtvaardige te Jeruzalem was gedood, niet lang voor den dood van Petrus en Paulus, ten tijde van keizer Nero, doch voor de afkondiging en het bevel van de eerste heidensche vervolging plaats had.

Volgende verhaal

Terug index verhalen