Lordhand

8
De tien bloedige vervolgingen van de Christenen onder de Heidensche keizers van Rome.

DE EERSTE VERVOLGING VAN DE CHRISTENEN ONDER KEIZER NERO
   Volgens de getuigenis van keizer Trajanus, heeft Nero te Rome zoo loffelijk geregeerd, als ooit eenige keizer te voren. In den aanvang van zijne regeering was hij zachtmoedig, en zoo afkeerig van menschenbloed, zelfs op wettige wijze, te vergieten, dat hij wenschte niet te kunnen schrijven, als hem verzocht werd het doodvonnis te onderteekenen van eenige oproermakers. Na vijf jaren aldus geregeerd te hebben, is hij daarna als aan den duivel overgegeven en verkocht, om alle boosheid en schandelijkheid gieriglijk te bedrijven, zoo zelfs dat het scheen, alsof de duivel lichamelijk in hem woonde, want deze zijn meester leerde hem in de eerste plaats zijne tooverkunst door Simon den toovenaar, den eerstgeboren zoon des duivels, die voor den raad te Rome, om Nero den keizer te behagen, een beeld opgericht met het opschrift: Aan Simon den heiligen god. Zijn duivelsch leermeester, die een leugenaar en menschenmoorder van den beginne is geweest, heeft hem tot alle gruwelijke lusten aangezet, zoodat hij wenschte een wereldbrand en eene afbeelding van den brand van Troje, benevens de plaats, waar hij in het lichaam van zijne moeder gelegen had, te zien. Om van zijne onkuischheid te zwijgen, heeft hij zijn moordlust het eerst aan zijn broeder Britannicus geopenbaard, dien hij heeft laten vergeven. Het lichaam van zijne eigen moeder Agrippina, die hem, door het toedienen van vergif aan haren man Claudius, het keizerrijk bezorgde, heeft hij later opengesneden. Octavia, zijne wettige huisvrouw, heeft hij met het zwaard laten ombrengen, omdat zij geene kinderen ter wereld bracht; en Poppea, zijn bijzit, tot vrouw genomen hebbende, heeft hij, terwijl zij in vergevorderden staat van zwangerschap verkeerde, dood geschopt. Seneca, zijn getrouwe leermeester, heeft hij een ader doen openen en alzoo laten doodbloeden.
   Bij al deze boosheden was hij de eerste, die de algemeene en openbare bevelen tegen de Christenen door de geheele wereld heeft laten afkondigen, met het doel om die inalle landen door het vuur, het zwaard en op andere wijze te vervolgen, hetgeen Tertullianus den raad van Rome openlijk verweet, zeggende: ,,Leest uwe eigen geschiedenis, waar gij vinden zult, dat Nero de eerste is geweest, die tegen deze sekte (te weten der Christenen), die toen te Rome het talrijkst was, gewoed heeft. Maar wij beroemen ons ook te gelijk op een zoodanigen eersten bewerker van onze veroordeeling, want die hem kent weet, dat het een groote zaak is door hem veroordeeld te zijn." Op een andere plaats zegt dezelfde tertullianus" ,,Nero is de eerste geweest, die het toenemend christendom te Rome met bloed heeft gemengd. De inhoud van het bevel luidde aldus: ,,Zoo wie bekent, dat hij een Christen is, zal als een verklaard vijand van het menschelijk geslacht, zonder zich nader te mogen verdedigen, met den dood gestraft worden."
   De reden, waarom Nero de Christenen zoo wreed heeft vervolgd, was niet gelegen in de schuld of misdaden der Christenen zelven, maar vond zijn aanleiding in een grooten brand, die eenige dagen achtereen heeft gewoed, waardoor het grootste gedeelte van die schoone stad is vernield. Toen namelijk Nero zag, dat de Romeinen hierover zeer verbolgen waren, verspreidde hij het gerucht, dat de Christenen dit hadden gedaan, hoewel hij zelf den brand gesticht, en met vreugde van den hoogen toren buiten de stad aanschouwd, daar bij eene voorstelling wenschte te hebben van den brand te Troje, en het voornemen had eene nieuwe stad te bouwen, en die naar zijn naam te laten noemen. Hierop is toen eene hevige en wreede vervolging tegen de Christenen uitgebroken, niet alleen te Rome, maar ook in andere streken en landen, die voortduurde tot zijn dood.
   Wie de eerste martelaars in deze vervolging geweest zijn, wordt in de geschiedboeken of andere geschriften niet gemeld, doch wij stellen ons tevreden, dat hunne namen geschreven zijn in het boek des levens. Daarom echter is hun roem in Christus niet kleiner, daar de heidenen zelven gedrongen werden eene goede getuigenis van hen af te leggen, en openlijk hebben bekend, dat het niet wegens den brand was, maar alleen uit haat dat de Christenen zoo wreed vervolgd zijn. Van deze valsche beschuldiging door Nero aangaande de Christenen, zegt Tacitus: ,,Nero, om de beschuldiging van brandstichting  van zich te werpen, heeft hen, die het volk Christenen noemt, daarvan aangeklaagd en met vreeselijke straffen gemarteld. Deze naam is afkomstig van CHRISTUS, die ten tijde van Tiberius' regeering, door den landvoogd Pontius Pilatus, in het openbaar is gedood. Die nu beleden, dat zij Christenen waren, en later zijn van dezen eene groote menigte ontdekt, zijn eerst gevangen genomen, en vervolgens veroordeeld, niet zoo zeer wegens den brand, als wel uit haat, dien het menschelijke geslacht hun toedroeg. Het ombrengen ging gepaard met menigvuldige bespotting. Men wikkelde hen in huiden van wilde dieren, liet hen door honden verscheuren, of aan kruisen nagelen, of op brandstapels verteren, zoo zelfs, dat zij des nachts als brandende lichten den toeschouwer moesten dienen." Tacitus erkent dan voldoende, dat Christenen aan brand geene schuld hadden, doch dat zij, onder beschuldiging daarvan, hebben moeten lijden.
   Nu zullen wij vervolgen met de mededeeling van de voorbeelden der Apostelen en anderen, die onder den wreeden bloedhond voor de goddelijke waarheid hun bloed hebben gestort.  


Volgende verhaal

Terug index verhalen